Posts tonen met het label nederlands. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nederlands. Alle posts tonen

dinsdag 8 december 2009

Relais de Savoie

Voor wie haar soms geweld aandoet...

Ik vond onlangs een reclamefoldertje voor het restaurant "Relais de Savoie" in Dilbeek. Hieronder vindt u integraal en zonder overdrijving de tekst van deze reclameboodschap. Weet u wat dit restaurant mij probeerde te vertellen?

"U bent een goede vork!...
U let afzonderlijk op franse voedsel!...
Dan, zoekt u niet spijkers op laag water!...De nieuwe bos van de RELAIS DE SAVOIE heeft het genoeg u zijn afwisselende kaart te aanbieden.
In seizoen, wild, wildvark, reebok enz.. want bij ons, het geweer niet voor de klant is, maar voor de wild!...
Al zone prijzen zorg vuldig om u te genieten bestudeerd zijn.
Wenselijke voorbehoud.

dinsdag 14 april 2009

De DT-regel

Ik krijg het langzaam op mijn heupen van mensen die beweren dat de dt-regel zo moeilijk is. Er is eigenlijk helemaal niets moeilijk aan, het is gewoon een kwestie van gezond verstand te gebruiken.

Voor al wie er nog problemen mee heeft : hier is de regel


Enkele basisprincipes :

1. Tegenwoordige tijd :

ik = stam / Jij = stam+t / hij = stam+t
vb. werken : ik werk / jij werkt / hij werkt
vb. worden : ik word / jij wordt / hij wordt
vb. zitten : ik zit / jij zit / hij zit

2. Inversie (bij vragen bijvoorbeeld)

ik = stam / Jij = stam / hij = stam+t

vb. werken : werk ik ? / werk jij ? / werkt hij ?
vb. worden : word ik ? / word jij ? / wordt hij ?
vb. zitten : zit ik ? / zit jij ? / zit hij ?

3. NOOIT een 'd' toevoegen in de tegenwoordige tijd ! Nooit !

4. Voltooid tegenwoordige tijd en verleden tijd

Vergeet alle moeilijke regeltjes over 't kofschip en laat ook 't fokschaap maar op stal staan, hier zijn de enige twee regels die je moet onthouden :

- nooit een "dt" zetten in de voltooid tegenwoordige tijd of verleden tijd;
- vervoeg het werkwoord gewoon in het verleden. Wat je hoort, is wat je moet schrijven in de voltooid tegenwoordige tijd.

Enkele voorbeelden :
- het werkwoord "gebeuren". In het verleden zeg je : "het gebeurde". Je hoort een "d". Dus schrijf je ook een "d" in de VTT : "het is gebeurd".
- het werkwoord "branden". In het verleden zeg je : "het brandde". Je hoort een "d". dus schrijf je ook een "d" in de VTT : "het heeft gebrand"
- het werkwoord "werken". Verleden = het werkte. Je hoort een "t", dus "ik heb gewerkt".

donderdag 9 april 2009

Zal het Nederlands ooit verdwijnen?

Momenteel worden er over de hele wereld ongeveer 6000 verschillende talen courant gesproken. Optimistische wetenschappers voorspellen dat er tegen het jaar 2100 nog ongeveer 3000 hiervan zullen overblijven, en de pessimisten denken aan 600.
Betekent dit het einde van het Fries ? Of zelfs het Nederlands ?

Overal zien we reclame in het Engels, en we horen steeds vaker dat bijvoorbeeld het Spaans, Chinees en zelfs Arabisch aan een nieuwe opmars bezig is. Zullen deze talen als kannibalen onze minderheidstalen verslinden?

De Europese Unie gebruikt momenteel 20 werktalen. Hoeveel geld zou er bespaard kunnen worden als we het Engels zouden invoeren als bestuurstaal ? En wat zouden de gevolgen zijn voor de werkgelegenheid, voor het taalgebruik, voor het voortbestaan het het Ests, het Nederlands of zelfs het Italiaans ?

Allemaal vragen waar ik graag met jullie zou over willen praten. In hoeverre kan een taal een bedreigde diersoort zijn ? Kennen jullie talen die de laatste jaren verdwenen zijn ? Spreken jullie nog dialect en dreigt die communicatievorm ook te verdwijnen ?

dinsdag 7 april 2009

De DT-regel

Ik krijg het langzaam op mijn heupen van mensen die beweren dat de dt-regel zo moeilijk is. Er is eigenlijk helemaal niets moeilijk aan, het is gewoon een kwestie van gezond verstand te gebruiken.

Voor al wie er nog problemen mee heeft : hier is de regel


Enkele basisprincipes :

1. Tegenwoordige tijd :

ik = stam / Jij = stam+t / hij = stam+t
vb. werken : ik werk / jij werkt / hij werkt
vb. worden : ik word / jij wordt / hij wordt
vb. zitten : ik zit / jij zit / hij zit

2. Inversie (bij vragen bijvoorbeeld)

ik = stam / Jij = stam / hij = stam+t

vb. werken : werk ik ? / werk jij ? / werkt hij ?
vb. worden : word ik ? / word jij ? / wordt hij ?
vb. zitten : zit ik ? / zit jij ? / zit hij ?

3. NOOIT een 'd' toevoegen in de tegenwoordige tijd ! Nooit !

4. Voltooid tegenwoordige tijd en verleden tijd

Vergeet alle moeilijke regeltjes over 't kofschip en laat ook 't fokschaap maar op stal staan, hier zijn de enige twee regels die je moet onthouden :

- nooit een "dt" zetten in de voltooid tegenwoordige tijd of verleden tijd;
- vervoeg het werkwoord gewoon in het verleden. Wat je hoort, is wat je moet schrijven in de voltooid tegenwoordige tijd.

Enkele voorbeelden :
- het werkwoord "gebeuren". In het verleden zeg je : "het gebeurde". Je hoort een "d". Dus schrijf je ook een "d" in de VTT : "het is gebeurd".
- het werkwoord "branden". In het verleden zeg je : "het brandde". Je hoort een "d". dus schrijf je ook een "d" in de VTT : "het heeft gebrand"
- het werkwoord "werken". Verleden = het werkte. Je hoort een "t", dus "ik heb gewerkt".